Bij de overdracht neemt de arts een besluit over een bewoner zonder de verpleegkundige te horen die haar het beste kent. Zij zegt op dat moment niets. Een uur later staat ze bij jou: zo kan het niet langer.
Je gaat naar de arts. Die reageert verbaasd, heeft het druk, en zegt dat er nu eenmaal snel beslist moest worden. Je staat ertussenin. En de volgende dag gebeurt hetzelfde.
Herken je dit? Dan ken je een van de meest hardnekkige vraagstukken in de zorg: samenwerking tussen disciplines die op papier gelijkwaardig is en in de praktijk niet zo voelt.
Verschillende disciplines, verschillende logica
Een arts denkt in diagnose, behandeling en eindverantwoordelijkheid, vaak onder tijdsdruk en met veel patiënten. Een verpleegkundige denkt in continuïteit, dagelijkse observatie en de mens achter het dossier. Ondersteunende diensten denken in planning, veiligheid en haalbaarheid.
Alle drie hebben ze gelijk binnen hun eigen kader. De botsing gaat dan ook zelden over wie het beter weet. Ze gaat over welk kader op dat moment voorrang krijgt. En dat wordt bijna nooit hardop besproken.
De rangorde die niemand benoemt
In vrijwel elk zorgteam bestaat een ongeschreven rangorde. Wie het laatste woord heeft. Wiens tijd als kostbaarder wordt gezien. Wie zich kan veroorloven een overleg te missen. Niemand heeft die rangorde vastgesteld en niemand spreekt hem uit, maar iedereen handelt ernaar.
Dat is de olifant in de kamer. Je ziet hem in kleine dingen: wie er wel en niet bij een besluit wordt gehaald, wie zijn zin afmaakt en wie wordt onderbroken, wie zich verontschuldigt voordat hij een vraag stelt.
Zolang die rangorde onbenoemd blijft, blijf je incidenten oplossen. Elk incident is dan een symptoom van iets wat structureel niet is uitgesproken. Je voert steeds hetzelfde gesprek in een andere vorm.
Bemiddelen is niet hetzelfde als partij kiezen
Als leidinggevende word je vaak gevraagd om te kiezen. Je team verwacht dat je voor hen opkomt. De arts verwacht dat je begrijpt hoe zijn dag eruitziet.
Kiezen lost het moment op en vergroot de kloof. De ene kant voelt zich aangevallen, de andere kant voelt zich even gesteund en daarna weer alleen.
Bemiddelen betekent dat je het patroon terugbrengt naar de tafel. Niet: wie heeft hier gelijk. Maar: wat gebeurt hier steeds, en wat kost het ons in de zorg voor deze bewoner?
Je eigen positie innemen
Om die vraag te kunnen stellen, moet je zelf stevig staan. Veel team- en afdelingsleiders voelen zich in dit soort gesprekken kleiner dan de arts tegenover hen. Niet omdat ze minder weten, maar omdat ze hun eigen positie niet innemen.
Een deelnemer van Xcelleren in de Zorg zei het zo: “Ik ben bewust(er) geworden van vervormingen en wat ik nodig heb.”
Vervormingen zijn precies dit: de aanname dat de ander boven je staat, dat je moet vragen of je iets mag inbrengen, dat het niet aan jou is om het patroon te benoemen. Zodra je die aanname ziet, verandert het gesprek. Ook als de ander niets anders doet.
Systemisch kijken naar de botsing
Twee mensen die botsen zijn zelden alleen zichzelf. Ze staan ook voor hun discipline, hun opleiding en hun verantwoordelijkheid. Een conflict tussen een arts en een verpleegkundige is vaak een conflict tussen twee kaders, uitgevochten door twee individuen.
Dat inzicht haalt de scherpte eruit. Je hoeft niemand te veroordelen. Je kunt de vraag stellen: welke afspraak missen we, waardoor dit steeds op deze twee mensen neerkomt?
Het gesprek dat over de inhoud lijkt te gaan
Veel botsingen tussen disciplines lijken over beleid te gaan, over een besluit of over een werkwijze. Onder die inhoud zit meestal iets anders: het gevoel niet meegenomen te zijn.
Bespreek je alleen de inhoud, dan sluit je het incident af en blijft de onderstroom staan. Benoem je de onderstroom, dan gebeurt er iets anders. “Ik denk dat dit niet over dit ene besluit gaat, maar over het gevoel dat je er niet bij werd gehaald. Klopt dat?” Die vraag opent het gesprek dat werkelijk gevoerd moet worden.
Oefenen voordat je het aangaat
Dit soort gesprekken voer je niet vaak, en ze zijn spannend. Bij Xcelleren in de Zorg oefenen deelnemers ze met een trainingsacteur, op basis van hun eigen situatie: de arts die over je heen loopt, het overleg waarin jouw mensen zwijgen, de collega van een andere discipline die afspraken niet nakomt.
In kleine groepen met vakgenoten uit andere zorgorganisaties, die dezelfde verhoudingen herkennen. Dat maakt het gesprek dat je morgen moet voeren een stuk minder onbekend.
Van incidenten naar afspraken
Samenwerking tussen disciplines wordt zelden vloeiend. Ze mag ook schuren: verschillende perspectieven zijn precies wat goede zorg nodig heeft. Het verschil zit erin of dat schuren tot inzicht leidt of tot loopgraven.
Omdat de kwaliteit van zorg niet alleen wordt bepaald door wat elke discipline weet, maar door wat ze samen durven bespreken.
Wil je steviger staan in de samenwerking tussen disciplines? Neem contact op met Daniël Krouwel via info@xcellerenindezorg.nl of bekijk het programma op xcellerenindezorg.nl.