Mevrouw de Vries is overleden. Je team heeft haar acht maanden verzorgd, haar dochter kende iedereen bij naam. Om half drie komt de uitvaartondernemer. Om vier uur begint de overdracht. Volgende week ligt er iemand anders in die kamer.
Niemand zegt er iets over. Het werk gaat door, want het werk gaat altijd door.
Ken je dat gevoel? Dat er iets belangrijks gebeurt waar geen ruimte voor is, en dat iedereen dat stilzwijgend accepteert?
Verlies hoort bij het werk, verwerken niet
In de zorg is afscheid onderdeel van de functie. Dat weet iedereen bij binnenkomst. Wat niemand vertelt, is dat er zelden tijd is ingebouwd om er iets mee te doen.
Zo ontstaat een vreemde tweedeling. De professionele kant is voorbereid: de nazorg, de administratie, het gesprek met de familie. De menselijke kant is dat niet. Medewerkers hebben iemand gewassen, verzorgd en getroost, en gaan daarna zonder pauze door naar de volgende.
Dat is geen gebrek aan compassie. Het is een werkwijze die op continuïteit is ingericht en niet op verwerking.
Wat onverwerkt verdriet doet in een team
Verdriet dat geen plek krijgt, verdwijnt niet. Het verandert van vorm. Je ziet het in cynisme dat er eerst niet was. In humor die harder wordt. In medewerkers die afstand nemen van bewoners om zichzelf te beschermen, en daarmee precies de betrokkenheid verliezen waarom ze dit werk zijn gaan doen.
Je ziet het in kortaf reageren, in irritaties over kleine dingen, in verzuim dat je niet kunt verklaren. Onder veel conflicten in zorgteams zit onbesproken verlies.
De olifant in de kamer
Na een overlijden hangt er meestal iets in de lucht. Iedereen voelt het en niemand begint erover. Deels om elkaar te beschermen, deels omdat het niet gebruikelijk is, deels omdat je niet weet hoe je het aankaart zonder dat het zwaar wordt.
Dat onbenoemde gevoel is geen ruis. Het is de kern. Het vertelt je dat er iets is gebeurd dat mensen raakt, en dat de medewerker die er het langst voor stond misschien iets anders nodig heeft dan een nieuwe planning.
Als leidinggevende ben jij degene die de olifant mag benoemen. Niet met een analyse, maar met een observatie. “Het is stil vandaag. Mevrouw de Vries is er niet meer, en ik merk dat dat wat doet.”
Ruimte maken hoeft niet groot te zijn
Veel leidinggevenden aarzelen omdat ze denken dat aandacht voor verlies een bijeenkomst vraagt waar geen tijd voor is. Dat is niet zo. Twee minuten aan het begin van de overdracht is genoeg.
Noem de naam. Geef ruimte aan wie iets wil zeggen. Laat een stilte vallen zonder die op te vullen. Sluit af en ga verder met het werk. De boodschap is niet dat er tijd is om lang stil te staan, maar dat wat er gebeurde meetelt.
Sommige teams maken er een klein ritueel van: een kaars, een naam op een bord, een moment bij de dienstwissel. Wat het precies is doet minder ter zake dan dat het bestaat.
Professioneel benoemen, niet therapeutisch
Er zit verschil tussen zorgen voor je team en de rol van hulpverlener innemen. Je hoeft niet te vragen hoe iemand zich diep binnen voelt. Je benoemt wat je ziet en laat de ruimte aan de ander.
Therapeutisch is: vertel eens wat dit met je doet. Professioneel is: ik merk dat deze week zwaar was voor de afdeling, laten we daar even bij stilstaan voordat we het rooster doornemen.
Die tweede vorm is minder ingrijpend en werkt beter. Je maakt het bespreekbaar zonder dat iemand zich blootgegeven voelt.
En je eigen verdriet
Wat vaak vergeten wordt: jij hebt die bewoner ook gekend. Jij hebt het gesprek met de familie gevoerd. Jij hebt de spanning van je team opgevangen. En jij hebt daarna de planning rondgemaakt.
Leidinggevenden in de zorg absorberen veel en benoemen weinig. Dat lukt een tijd. Het is geen zwakte om te zeggen dat een overlijden je raakte. Het is het voorbeeld dat je team nodig heeft om hetzelfde te durven.
Ruimte maken kun je leren
Bij Xcelleren in de Zorg is het werken met emotie en gevoel een bewust onderdeel van het programma. Deelnemers oefenen met situaties uit hun eigen praktijk, met behulp van een trainingsacteur, en bespreken in intervisie met vakgenoten wat ze tegenkomen. Coaches die de zorgcontext van binnenuit kennen, begeleiden dat proces.
Niet als los thema, maar verweven met de rest van het leiderschap. Want de vaardigheid om spanning te benoemen gebruik je bij een overlijden, bij een conflict en bij een reorganisatie.
Omdat een team dat mag voelen, langer meegaat
De emotionele belasting van zorgwerk verdwijnt niet doordat je erover praat. Maar hij stapelt zich wel op als je dat niet doet.
Omdat mensen die dagelijks met verlies werken, af en toe iemand nodig hebben die zegt: dit was zwaar, en dat mag zo zijn.
Wil je leren om ruimte te maken voor wat je team draagt? Neem contact op met Daniël Krouwel via info@xcellerenindezorg.nl of bekijk het programma op xcellerenindezorg.nl.